Close

Migratiehandleidingen voor Data Center

No organization is the same and neither is your migration journey. The key to any good migration is planning.


Handleiding 4: Implementeren in een geclusterde architectuur

Je hebt de Start- en Planningshandleidingen bekeken. Nu ben je klaar om Data Center te implementeren in een geclusterde omgeving.

De infrastructuur opzetten voor je cluster

Om Data Center in een cluster te implementeren, heb je de volgende componenten nodig:

  • Database
  • Load balancer
  • Applicatienodes
  • Bestandssysteem
  • ElasticSearch-node (Bitbucket)

Load balancer

De load balancer is het eerste dat de verzoeken van je gebruikers tegenkomen als je de implementatie in een cluster hebt uitgevoerd. Verzoeken komen terecht in de load balancer. Deze verdeelt vervolgens elk verzoek naar een applicatienode. Je kunt een load balancer op hardware- of softwarebasis gebruiken. Voor beide oplossingen moet de load balancer gekoppeld zijn aan de applicatiecluster via een high-speed LAN-verbinding, voor een hoge bandbreedte en lage latency. Alle load balancers op basis van software moeten worden uitgevoerd op hun eigen machines.

Data Center-producten gaan ervan uit dat alle gebruikersverzoeken in een sessie naar dezelfde node worden gestuurd. Als een verzoek naar een andere node gaat, kunnen gebruikers worden uitgelogd en zelfs informatie kwijtraken die is opgeslagen in hun sessie. Daarom moet een sessie aan dezelfde node worden gekoppeld door op cookies gebaseerde 'sticky sessies' of sessie-affiniteit in te schakelen in de load balancer. Als je op cookies gebaseerde sticky sessies gebruikt, kun je de cookie die wordt gemaakt door het product gebruiken, of een cookie die wordt gegenereerd door de load balancer.

Voeg een extra beveiligingslaag toe en zorg ervoor dat de load balanger geen breekpunt kan worden door redundantie toe te voegen aan je load balancing-oplossing. Hiervoor kun je twee load balancers instellen in een actieve-passieve configuratie, met een virtueel IP-adres voor beide load balancers. Als de actieve load balancer defect raakt, neemt de passieve load balancer het over.

Bekijk onze configuratie-opties voor load balancers voor meer informatie.

Wat zijn applicatienodes?

Applicatienodes vormen de kern van het product. Elke node in je Data Center-cluster moet gebruikmaken van dezelfde productversie en moet zich op dezelfde locatie bevinden om latency tot een minimum te beperken. Je kunt echter een content delivery network (CDN) instellen om de prestaties van teams op verschillende locaties te ondersteunen. Deze nodes moeten worden geconfigureerd in een cluster en werken als één node, zodat je gebruikers toegang hebben tot het product. Het aantal nodes in je cluster is afhankelijk van wat je nodig hebt en hoe je het product hebt geconfigureerd. 2-4 nodes zijn vaak genoeg voor de meeste clusters. Gebruik onze handleidingen voor nodes om de juiste beslissing te nemen.

Informatiepictogram

Let op: Voor Bitbucket heb je ook een speciale applicatienode nodig voor ElasticSearch, om code te kunnen zoeken.

Hoe werkt het bestandssysteem?

Het gedeelde bestandssysteem is de plek waar de basis van je product is opgeslagen. Hier bevinden zich je bijlagen, pictogrammen, gebruikersgegevens, apps en broncode.

In een Data Center-omgeving moet je je gedeelde bestandssysteem instellen als een speciale node. Je kunt elk op NFS gebaseerd NAS- of SAN-programma gebruiken voor je gedeelde bestandssysteem. We raden echter aan om NFS3 te gebruiken voor de beste prestaties. Gebruik geen gedistribueerde protocollen zoals DFS; deze worden niet ondersteund.

Creëer je cluster

Het is tijd om je Data Center-cluster te maken. Naast het instellen van alle aparte componenten in je cluster (applicatienodes, load balancer, database, bestandsssysteem), moet je ook de applicatienodes in je cluster afstemmen op de prestaties die je nodig hebt.

We hebben een aantal voorbeeldconfiguraties gemaakt die je kunt gebruiken. Atlassian doet geen aanbevelingen of goedkeuringen voor specifieke leveranciers of configuraties. Deze worden alleen als voorbeeld gegeven. Als je praktische hulp nodig hebt bij het configureren van je optimale omgeving, dan kun je samenwerken met een technische accountmanager, Premier-support of een Partner.

Een testomgeving maken

Voor een succesvolle migratie raden we aan een testomgeving te maken om Data Center uit te proberen voordat je live gaat.

Je testomgeving moet zoveel mogelijk lijken op je productie-omgeving. Denk hierbij aan omgekeerde proxy's, SSL-configuratie of load balancer (voor Data Center). Je kunt een andere fysieke server of gevirtualiseerde oplossing gebruiken. Het belangrijkste is dat je ervooor zorgt dat dit een goede kopie is van je productie-omgeving.

Nadat je je omgeving hebt gemaakt, moet je:

  • Je database repliceren
  • Je product repliceren
  • Je lokale home-directory kopiëren naar je gedeelde home-directory
  • Extern gebruikersbeheer repliceren (optioneel)
Informatiepictogram

Ga voor uitgebreide instructies naar:

Bekijk en upgrade je apps

Voordat je een niet-geclusterd Data Center implementeert, moet je je apps bekijken en deze upgraden naar een Data Center-versie als die beschikbaar is. Als je migreert naar Data Center voordat je de apps hebt bijgewerkt, kan het zijn dat de apps daarna niet meer werken.

Data Center installeren

Nadat je je geclusterde architectuur hebt ingesteld, is het tijd om je Data Center-producten te installeren.

Bekijk onze documentatie voor gedetailleerde instructies om Data Center-producten te implementeren in een cluster.

 

Jira Software
Jira Service Desk

Confluence

Bitbucket

Crowd

Je eigen hardware

Jira Software
Jira Service Desk

Je eigen hardware

Confluence

Je eigen hardware

Bitbucket

Je eigen hardware

Crowd

Je eigen hardware

AWS

Jira Software
Jira Service Desk

AWS

Confluence

AWS

Bitbucket

AWS

Crowd

AWS

Azure

Jira Software
Jira Service Desk

Azure

Confluence

Azure

Bitbucket

Azure

Crowd

 

De testfase

De testfase is een fundamentele stap bij het implementeren van Data Center. Het is ook vaak het meest intensieve onderdeel van het migratieproces. Om Data Center met vertrouwen te implementeren en in productie te nemen, moet het team een iteratieve set functionele tests, integratietests en prestatietests uitvoeren om de Data Center-installatie te controleren. Als je vanaf een server migreert, kan elke test 1 tot 2 weken duren.

Denk hier niet te makkelijk over. Een uitgebreide testfase zorgt niet alleen voor een snellere productimplementatie; je kunt ook beter rekening houden met onvoorziene omstandigheden. Voor meerdere User Acceptance Tests (UAT's) uit als dat nodig is, totdat je absoluut zeker weet dat je live kunt gaan.

Meer informatie over prestaties van Data Center-producten:

Informatiepictogram

Als je een klantsuccesmanager hebt, voer dan een statuscheck uit om bekende problemen met configuraties, compatibiliteit, driverversies, prestatie-omstandigheden, geheugeninstellingen, etc. in kaart te brengen.

Ga live in productie

Je hebt je testomgeving gemigreerd naar Data Center. Je bent nu klaar om live in productie te gaan.

Controleer voordat je je migratie voltooit of je productie-omgeving overeenkomt met je testomgeving, zodat alles goed werkt. Je voert immers dezelfde stappen uit als tijdens de testfase.

Upgrade je productie-apps

Voordat je een Data Center implementeert in een geclusterde omgeving, moet je je apps bekijken en deze upgraden naar een Data Center-versie als die beschikbaar is. Als je migreert naar Data Center voordat je de apps hebt bijgewerkt, kan het zijn dat de apps daarna niet meer werken.

Data Center installeren in productie

Net als bij de testfase van je migratie, moet je je productie-omgeving migreren naar Data Center. Bekijk de volgende pagina's voor stapsgewijze instructies.

 

Jira Software
Jira Service Desk

Confluence

Bitbucket

Crowd

Je hardware

Jira Software
Jira Service Desk

Je hardware

Confluence

Your hardware

Bitbucket

Je hardware

Crowd

Je hardware

AWS

Jira Software
Jira Service Desk

AWS

Confluence

AWS

Bitbucket

AWS

Crowd

AWS

Azure

Jira Software
Jira Service Desk

Azure

Confluence

Azure

Bitbucket

Azure

Crowd

 

Je hebt Data Center geïmplementeerd in een cluster!

Bekijk onze resources voor meer informatie over het beheren van Data Center.